Blog

Rouwen: een traject zonder einde…

‘Voor elk probleem is er een oplossing’ wordt er weleens gezegd. Wanneer we iemand dierbaar uit onze omgeving verliezen, dan toont onze omgeving empathie en begrip voor ons lijden. Op welke manier wij als nabestaanden reageren of emoties tonen, wordt beschouwd als normaal. We voelen ons dan gehoord, erkend en ondersteund. Tot er iemand uit de omgeving zegt dat het tijd is om verder te gaan. Maar wie bepaalt wanneer het tijd is om verder te gaan? Wat is verder gaan? Hoe ziet verder gaan er uit? En zijn onze reacties die eerst nog normaal waren, dan nu niet meer normaal?

Helaas is er geen pasklaar antwoord op deze vragen. Er is niet één manier van rouwen. Iedereen doet dit op zijn of haar eigen manier. Dat is net het waardevolle van het omgaan met verlies. Vaak wordt rouwen gezien als een probleem waarvoor snel een oplossing moet gezocht worden, zodat het lijden kan stoppen. Onze omgeving heeft al snel een advies klaar over hoe we het moeten aanpakken. Als we die goedbedoelde raad niet opvolgen, worden we bestempeld als koppig of eigenwijs.

Psychotherapie biedt geen advies, maar in plaats daarvan een luisterend oor. In therapie gaan we op zoek naar jouw unieke manier van rouwen die voor jezelf geaccepteerd is. Het heeft geen zin om te rouwen op zo’n manier dat anderen geen adviezen meer aan jou zullen geven. Dat is immers een onmogelijke opgave die meer energie vreet dan geeft. In de gesprekken gaan we op zoek naar hoe je ‘verder kan gaan’ met het verlies in je rugzak. We gaan op zoek naar hoe je de verbinding met de overledene kan blijven behouden. Hoe wil je terug in het alledaagse leven staan? Dit alles is een uniek zoekproces, waarbij je anderen in je omgeving voor nodig hebt die je hierin willen en kunnen ondersteunen. De therapie is ten einde wanneer jij als rouwende een balans hebt gevonden tussen de verbinding met de overledene en de verbinding met het dagelijks leven.

Hanne

Stoppen met denken, stoppen met piekeren

“Ik kan niet stoppen met denken!”, “Ik pieker constant!”, “Ik ben zo moe van het denken!”

Bijna elke cliënt die voor mij zit, heeft moeite om zijn of haar gedachten onder controle te houden.

Als we negatief denken, dan voelen we ons ook vaak niet zo prettig. Op die manier kunnen gedachten de inhoud van ons leven in een heel donkere kleur zetten. Je valt in een vicieuse cirkel of komt in een neerwaartse spiraal terecht. Op een bepaald moment zie je alles in het grijs en weet je niet meer hoe het begonnen is. Het leven lijkt veel te zwaar te zijn en problemen vormen een sneeuwbal die alleen maar groter wordt. Oneindig verhaal? Niets is minder waar – er is een oplossing die na even oefenen een wondermiddel wordt!
Het beschreven probleem begint bij een verkeerd zelfbeeld. Hier wordt niet het positieve of negatieve zelfbeeld bedoeld, maar eerder “Wie ben ik?”, of liever nog, “Hoe functioneer ik?”. Mensen denken zó veel dat ze met hun gedachten samensmelten. “Ik?”, “Zonder mijn gedachten?”, “Dan besta ik niet meer!”. Elke keer opnieuw zie ik de ogen van mijn cliënten groter worden als ik zeg: “Je bent jouw gedachten niet!”.

Ons verstand is maar een instrument van ons zoals een hand, een neus of een gevoel. Dat zijn instrumenten die een bepaalde rol of functie kunnen spelen. Een instrument gebruik je wanneer je het nodig hebt en alleen maar dan. Met ons verstand gaat dit echter veel moeilijker. We hebben het inderdaad heel dikwijls nodig. Ons verstand speelt een heel belangrijke rol in ons leven en op een zeker moment neemt ons verstand de troon over.

Gebruik je verstand voor het oplossen van opdrachten of het vinden van een antwoord (het verschil tussen probleemoplossend denken en het piekeren is een apart thema dat volgende keer dieper bekeken wordt). De eerste belangrijke stap naar een “gezond verstand” is het beseffen en loskomen van jouw gedachten. We kiezen om na te denken, we kiezen ook waarover we nadenken, hoeveel, wanneer en of wij het wel of niet doen. Dus kunnen we ook kiezen om niet na te denken. Vragen die je in deze fase kunnen helpen zijn: “Wat maakt dit nu zo belangrijk voor mij?”, “Kan ik daar iets aan veranderen op dit moment?”, “Is dit het meest belangrijke voor mij op dit moment?”. Op die manier begin je al jouw gedachten van een andere kant te bekijken.

Hoogstwaarschijnlijk ga je al in de eerste stap begrijpen dat jouw gedachten niet zo belangrijk zijn op dit moment. Ze hebben met het “hier-en-nu” meestal niet veel te maken. Het thema op zich kan wel heel belangrijk in je leven zijn, maar of je NU daaraan denkt, maakt geen groot verschil in je leven.
Zo komen we bij de tweede stap van “gezond verstand”, namelijk in het “hier-en-nu” zijn. Alleen dit moment, het moment dat je nu juist beseft, is jouw leven, alleen dit moment bestaat… Door het waarnemen van het huidige moment zet je jouw gedachten stil. Je kunt bewust rondkijken met veel aandacht voor details. Zo heb je bijvoorbeeld de ruimte waarin je je bevindt misschien al honderd keer gezien. Toch kan je jezelf uitdagen om iets nieuws te ontdekken dat je nog niet opmerkte. Je kunt aandachtig luisteren in een poging iets van heel ver proberen te horen… Je kunt bewust in- en uitademen… Je kunt jouw eigen lichaam waarnemen (is er ergens spanning; heb ik het koud of warm; heb ik honger, pijn… enz)

Door die bewustwording leer je afstand nemen van eigen gedachten waardoor je ineens ruimte creëert voor nog iets belangrijker, namelijk er zijn en het waarnemen.

Alexandra

Bouwstenen voor ontwikkeling

Natuurlijk volg ik niet alleen mijn gevoel. Mijn gevoel en dit:

Wat hebben kinderen nu eigenlijk nodig om op te groeien tot tevreden, verantwoordelijke volwassenen die recht in de wereld staan? 3 dingen: een gevoel van verbinding, competentie en autonomie.

Ok, klinkt aannemelijk. Maar hoe zit dat dan in het echte leven? In het leven waar kinderen woede-uitbarstingen hebben als ze geen boterham met choco krijgen, als ze in bad moeten of hun kleren moeten aandoen (want wie heeft dat eigenlijk uitgevonden?!). In een wereld waar kinderen dingen naar elkaar gooien, spullen van elkaar afpakken en elkaar bijna wurgen. Ook in zo’n wereld kan je veel van de moeilijkheden die kinderen ervaren terugbrengen naar een gemis van een van deze 3 bouwstenen.

Een kind dat (te) weinig aandacht krijgt van zijn ouders, te weinig verbinding voelt, zal op een minder fijne manier vragen om deze aandacht. Is dat verkeerd? Dat is vooral heel lastig voor ons kind en ons. Dat je kind vraagt naar aandacht is heel normaal, zeker als het een tekort voelt. Als je opmerkt dat dit het geval is, probeer het voor te zijn door meer tijd te spenderen met je kind. Elk kind heeft individueel 30 min exclusieve tijd nodig met elk van zijn ouder (apart) per dag om zich voldoende verbonden te voelen. Dit hoeft niet te betekenen dat je elke dag 30 min iets super leuks moet doen samen, of iets speciaal. Dit is voor niemand haalbaar. Samen de was opplooien, samen een wandeling maken, samen afwassen of koken kunnen makkelijk ingepland worden en zijn ontzettend waardevol voor je kind. Een win-win dus, want jij krijgt hulp en je bent optimaal aan het verbinden met elkaar. Voldoende verbinding hebben met elkaar is een noodzakelijke basis om alle andere moeilijkheden op te kunnen vangen.

Een peuter die voortdurend gooit met speelgoed, zo opeens. Zonder aanleiding wordt het leuke spelletje onderbroken door een potje speelgoed gooien. Vaak komt dit vanuit een peuter zijn behoefte voor competentie ‘ik wil me krachtig voelen’, ‘ik wil iets kunnen teweegbrengen in mijn omgeving’, ‘ik wil iets oppakken en door de lucht zien vliegen doordat ik daar de kracht voor heb’. Perfect normaal. En ook helemaal prima, zolang het niet met speelgoed is (regel!). Wat kan je doen? Je aanvaardt en toont empathie voor zijn behoefte, herhaalt duidelijk de regel en biedt een alternatief aan waarin zijn behoefte wel bevredigt kan worden. ‘Ik weet dat je een sterke jongen aan het worden bent, en ik wil heel graag zien hoe sterk je al bent en kan gooien. De afspraak is dat we binnen niet gooien met speelgoed. Het is nog moeilijk voor jou om dat te onthouden, later zal dat makkelijker worden. Laten we een bal zoeken en buiten gaan gooien.’
Probeer alle momenten te benutten dat je peuter op een positieve manier kan tonen hoe sterk hij is of hoe goed hij kan klimmen door vb. hem te laten helpen met het dragen van dozen of boodschappen ‘kan je me eens tonen hoe sterk je bent door deze dozen naar binnen te dragen’?

De behoefte naar autonomie staat voor het kunnen kiezen, grip en controle krijgen over hun eigen leven. Ruimte geven voor autonomie is al belangrijk op jonge leeftijd. Van zodra een kind zijn keuze duidelijk kan maken, kan je ermee beginnen. ‘We eten groentjes vandaag, ik heb boontjes en wortels gemaakt, welke wil jij graag eten?’. De afspraak is: er worden groenten gegeten, maar je kind mag kiezen welke. Een mooi compromis. Pas op dat je je kind niet overweldigd met keuzes. Beperk dan ook de mogelijkheden: kiezen tussen wortelen en boontjes is haalbaar, maar kiezen tussen alle groenten in de supermarkt is al moeilijker en maakt een kind dan weer angstig. Stapsgewijs en leeftijdsgebonden autonomie opbouwen werpt later z’n vruchten af. Want wie wilt er nu niet een tiener hebben waarvan je gerust kan zijn dat ze – ook als jij er niet bij bent – een goede keuze maakt?

Kortom, luister wat je kind nodig heeft. En aanvaard dat je kind dit nodig heeft. Dit zijn in de grond geen slechte behoeftes en bedoeling. Alleen tonen ze dit soms op een ongelukkige manier. Maar hoe kunnen ze ook anders? Ze hebben nog niet geleerd hoe ze dit op een goede manier kunnen tonen. Daarvoor hebben ze jou nodig! Je kind toont je ‘ik heb een behoefte en ik moet hier iets mee’. Help hem/haar hier iets mee te doen binnen de afspraken en zijn mogelijkheden. Probeer de behoefte niet weg te duwen of je kind te straffen, dit kan leiden tot een voortdurende machtsstrijd.

Dagdagelijks tegemoetkomen in deze behoefte zorgt niet alleen voor gelukkige kinderen, maar ook voor zelfzekere kinderen. Kinderen die durven tonen wat ze kunnen, wat ze willen en weten dat hun ouders er voor hun zijn als het soms anders loopt dan gedacht. Maar ook als het goed loopt, natuurlijk.

 

Help, mijn kind slaat zijn broer/zus

Is het tussen jouw kinderen soms ook geen rozengeur en maneschijn? Vind je het vervelend om hen elke keer te straffen als ze slaan? Merk je dat straffen weinig effect heeft en heb je het gevoel dat er meer achter zit? Ons eerste blogbericht op de website geeft je een andere kijk op slaan en de (positieve) zachte aanpak hiervan. Zo leer je je kind niet alleen dat slaan niet mag, maar ook dat jij als ouder hem hierin wilt helpen eerder dan veroordelen.

Lees meer

Rouwen: een traject zonder einde…

‘Voor elk probleem is er een oplossing’ wordt er weleens gezegd. Wanneer we iemand dierbaar uit onze omgeving verliezen, …

Stoppen met denken, stoppen met piekeren

“Ik kan niet stoppen met denken!”, “Ik pieker constant!”, “Ik ben zo moe van het denken!” Bijna elke cliënt …

Bouwstenen voor ontwikkeling

Natuurlijk volg ik niet alleen mijn gevoel. Mijn gevoel en dit: Wat hebben kinderen nu eigenlijk nodig om op te groeien tot …